‘Ruis’ is de nieuwste voorstelling van Emiel de Jong en Noël van Santen, oftewel Schudden. Waar de voorstellingen voorheen voornamelijk bestonden uit non-verbale communicatie, is ‘Ruis’ uitgerust met vele korte dialogen. Rake woorden die de situaties versterken. De Jong en Van Santen schetsen met minimale middelen een appartementencomplex dat overal zou kunnen staan. Met mensen die je overal tegen kunt komen. En zij tonen op een mooie, bijna poëtische manier de tragiek van hun bestaan.
Copyright Bob Bronshoff
Het decor van ‘Ruis’ is doeltreffend in zijn eenvoud: een enorm kamerscherm met luiken en nissen biedt alle mogelijkheden om in kort tempo de bewoners van een flatgebouw te introduceren. We maken kennis met een oude weduwnaar, die doelloos rond het complex struint. Een overspelige man neemt nog even telefonisch afscheid van zijn lief, net voordat hij zijn vrouw begroet. Een vader wil zijn mannelijkheid bewijzen aan zijn ongeïnteresseerde vrouw en maakt zich klaar om het Kanaal over te zwemmen, terwijl zijn vrouw hem eraan herinnert dat zijn Engels niet zo goed is. Allemaal mensen die vlak naast elkaar leven, maar nauwelijks met elkaar communiceren. Gedurende de voorstelling keren deze en andere verhaallijnen meerdere keren terug. Ook al zijn het korte stukjes, het wordt nergens onoverzichtelijk. Dit komt met name door het doeltreffende spel van De Jong en Van Santen en door de ondersteunende muziek die klinkt bij elk onderdeel.
Doeltreffend spel
Zoals gezegd maakten De Jong en Van Santen voorheen weinig gebruik van teksten. Situaties werden geschetst aan de hand van onverwachte voorwerpen, veel overtuigingskracht en een flinke dosis fantasie. Die kracht in non-verbale communicatie aangevuld met een juiste dosering aan teksten blijkt een goede combinatie. Personages komen onmiddellijk tot leven, al weten we weinig van ze. Op de een of andere manier voelen we toch meteen met ze mee. Misschien omdat veel situaties zo alledaags en herkenbaar zijn, misschien wel omdat ze confronterend zijn. Wie kent vandaag de dag zijn buren nog goed, behalve van het knikje op straat? En hoe eenzaam is die oude man eigenlijk, die zich altijd overal mee bemoeit?
Achter de schermen
Copyright Bob BronshoffAl die personages neerzetten is hard werken, daar worden we halverwege de voorstelling op hilarische wijze op gewezen. Mijn gezelschap vraagt na een tijdje twijfelend: “Het zijn toch maar twee acteurs?”. En inderdaad zijn de wisselingen zo snel, dat je dat bijna vergeet. Ondertussen rennen De Jong en Van Santen als een gek achter het scherm, trap op en trap af, om telkens achter een ander luik of joggend om het complex, steeds in andere outfit, te verschijnen. Interessant is dat juist halverwege, tijdens een scène met een frietkraam, gespeeld door vier personages, de lachsalvo’s losbarsten als we letterlijk een kijkje in de keuken krijgen. Van Santen laat De Jong zo vaak en snel wisselen van plaats en personage, dat het bijna een klucht wordt. We zien het decor wankelen, terwijl hij probeert op tijd weer op zijn volgende plek te zijn, zijn kostuum over zijn oren trekkend. Toch voert vooral de ontroering de boventoon. Ondanks alle teleurstellingen ondergaan de bewoners gelaten maar verbazingwekkend veerkrachtig hun lot. Of zoals aan het einde de REM-klassieker zegt:
“Everybody hurts sometimes, so hold on”.