| Artikel |
Over het IJ Festival 2012
Voor het twintigste jaar zijn er op het Over het IJ Festival unieke locatietheatervoorstellingen te zien. Begonnen op de NDSM-werf in Amsterdam-Noord heeft het festival zich uitgebreid naar onder andere Overhoeks, de Tolhuistuin en het station Amsterdam Centraal.
13 juli
Het Over het IJ Festival duurt nog tot en met zondag 15 juli, maar vandaag is het helaas de laatste keer dat het Theaterjournaal voorstellingen bezoekt. We gaan het missen, dit leuke festival met het vele prachtige theater. Het is bijzonder: op het terrein merk je weinig van het slechte weer. Gedeeltelijk is dat omdat het gelukkig vooral ’s morgens regent en ’s avonds zelfs vaak de zon schijnt, maar het is ook omdat het zo’n verschrikkelijk leuke plek is om te vertoeven.
‘Drift’ [Berg&Bos]
Eindregie: Paul van der Laan
‘Drift’ is een onderdeel van het NIEUW OP LOCATIE!-programma van het Over het IJ Festival. Jonge theatermakers die voor het eerst een locatievoorstelling maken, krijgen hier de ruimte. Omdat je als publiek onderdeel uitmaakt van deze eerste stappen zijn er gidsen aanwezig om je te begeleiden en om na afloop het gesprek met de makers aan te gaan.
Berg&Bos is het samenwerkingsverband tussen acteur/theatermaker Maurits van den Berg en schrijver Rik van den Bos.
We zitten in twee aan elkaar verbonden containers. Aanvankelijk is het pikdonker en horen we de twee spelers fluisteren en lachen. Dan zijn er een paar grote klappen en plotseling schijnt een zaklantaarn van ver weg recht in ons gezicht. Het is heel spannend. Aanvankelijk zitten de spelers aan het einde van de andere container en zijn ze moeilijk te zien. Later komen ze in een ingenieus apparaat naar voren gereden. Dat apparaat kan ook weer helemaal uitgerekt. Het is een werkelijk prachtig decor.
Er is niet echt een verhaal, er zijn korte scènes. Beide spelers vechten om een paprika, een van de twee pakt hem en eet hem op. Een ander moment zijn ze elkaar aan het pesten, duwen, slaan. Het is allemaal fragmentarisch, daardoor haak je soms af.
Later bij het nagesprek blijkt dat het prachtige decor en de smalle ruimte de acteurs enigszins in de weg zit. Ze kunnen het materiaal dat ze verzameld hadden niet gebruiken en zijn nu steeds vooral aan het onderzoeken wat ze met de ruimte kunnen doen.
Het napraten is leuk. Het is fijn dat ze belangstelling hebben voor de mening van het publiek en het is ook prettig om hen over hun bedoelingen en geworstel te horen praten.
Ze zijn van plan dit volgend jaar tot een avondvullende voorstelling te maken. Goed dat dit kan, dat het Over het IJ hun deze gelegenheid biedt en ons op deze manier getuige laat zijn van het maken van nieuw theater.
‘Demarrage’ [Charlotte Caeckaert]
Ook deze voorstelling hoort bij het Nieuw op Locatie!-programma.
We zijn een klein groepje, in totaal vijf mensen. Dat is ook het maximum dat Charlotte Caeckaert wil. Later zal blijken waarom.
We staan in een donkere container, er ligt een in het leer geklede man met bloed bij zijn mond op de grond. Hij heeft ons bij onze binnenkomst strak aangekeken en nu horen we hem diep ademen, soms zachtjes iets fluisteren. Het is Gilles de Rais, een bekend moordenaar. Aanvankelijk is het behoorlijk angstig. Later bij het nagesprek zal blijken dat dat ook de wens van de makers is, het publiek heel angstig maken, maar het werkt niet. Als publiek doe je alles om die angst onschadelijk te maken, bijvoorbeeld rustig redeneren: dit is een voorstelling, er gaat heus niets gebeuren.
Toch is het schrikken als mijn buurvrouw een kreet slaakt, maar wij, de andere vier, moeten ook lachen en een paar mensen gaan praten. Dan raakt de man mijn neus aan, ook ik slaak een gil, weer moeten we allemaal lachen. Na enige tijd klinkt er buiten geschreeuw, dat is Jeanne d’Arc. De container wordt met moeite opengemaakt en van dan af spreekt Jeanne ons toe.
Er staan vijf metalen schommelpaarden klaar, het publiek moet daar op gaan zitten. Ik weiger. Ik vind ze te hoog en ik wil me niet langer door de makers laten zeggen wat ik doen moet. Jeanne houdt een vurige toespraak, ze wil dat we vechten. Niet tegen de Engelsen, zoals Jeanne d’Arc in werkelijkheid deed, maar tegen onze eigen vijanden, onze demonen. Het is een mooi beeld.
Bij het nagesprek blijkt dat het publiek verdeeld is over de voorstelling. Sommigen zijn erg opgewonden over wat ze hebben meegemaakt, anderen, waaronder ik, zijn dat minder. Caeckaert is een sympathieke speelster en het is een interessant onderzoek, maar ik betwijfel serieus of je dit met publiek kan en mag doen. Bij ‘Drift’ was onze periode in het donker veel korter, toch bleek later dat een van de toeschouwers daar grote moeite mee had gehad. Hoe zou zo iemand op een situatie als deze reageren, waarbij ook nog dreiging heerst?
De voorstellingen op het Over het IJ wisselen steeds van vorm; Caeckaert werkt ook met anderen, zoals een danser en een muzikant. ‘Demarrage’ gaat volgend jaar een avondvullende voorstelling worden, er zullen dan honderd metalen schommelpaarden gebruikt worden. Ongetwijfeld een bijzondere ervaring om mee te maken, maar misschien wel een waar je je goed op moet voorbereiden.
12 juli
Tenzij je met de auto komt ga je naar het Over het IJ Festival over het IJ, met de pont. Er zijn twee mogelijkheden: de toeristische route vanaf het Centraal Station, die duurt langer en is vaak drukker, maar laat wel goed zien hoe mooi Amsterdam is. En je hebt de pont vanaf de Tasmanstraat, die is een stuk rustiger, de reis is veel korter maar heeft ook zeker zijn charme. Je ziet bijvoorbeeld de zwanen rond de gebouwen aan het IJ met hun kop in het water dobberen op zoek naar voedsel. Hoe je ook gaat, altijd word je gevangen door de schoonheid van het IJ en de prachtige luchten.
When the shit hits the fan [YoungGangsters]
Regie: Annechien de Vocht/Lotte Bos
Als je bij een voorstelling die ‘When the shit hits the fan’ heet op de eerste rij gaat zitten, vraag je om moeilijkheden.
De voorstelling vindt plaats op het meest afgelegen stukje van het Over het IJ Festivalterrein. Dat is logisch, we bezoeken hier white trash van het ergste soort. De familie, een moeder, haar drie zonen en een cousin, woont in een trailerpark. Alles is kapot, gammel en vies, op een bord staat : ‘caution pitbull with aids’. Wel goed gespeld trouwens. De voorstelling wordt helemaal in het Engels gespeeld, Amerikaans met een zuidelijk accent.
YoungGangsters is een regisseurscollectief bestaande uit Annechien de Vocht en Lotte Bos. Hun voorstellingen zijn een reactie op de huidige tendens van simpel vermaak. Er wordt liever makkelijk gescoord dan dat men de diepte in gaat. Zij maken ‘vechttoneel’, waarbij de strijd tussen moraal en de pure sensatie van live gevechten het uitgangspunt is. Dat klinkt goed, maar de moraal in deze voorstelling is op zijn zachtst gezegd bleekjes. De jongste zoon Hank is homo, wat natuurlijk niet mag, hij kan goed worst maken en vertrekt om als enige van de familie succesvol te worden - en ook dat wordt niet getolereerd door de anderen.
Daaromheen gaat het vooral om poep, pies, kots, sperma, incest en als de gevechten eenmaal beginnen bloed, afgehakte ledematen, uit de buik hangende ingewanden, explosies en dood. Dit alles wordt heel knap gedaan zowel door de acteurs als de techniek. Maar bij locatietheater lijken je gevoelens verhevigd, omdat je er als publiek aan meedoet of er in ieder geval met je neus bovenop zit. Bij deze voorstelling bestaat de kans op lichte misselijkheid.
Er zijn ogenblikken dat de spelers expres even uit hun rol vallen, Nederlands praten en elkaar bij hun echte naam aanspreken. Dat zijn prettige momenten, daar zouden er meer van mogen zijn. Aan het einde is er een totale verandering in stijl. Dat is heel geestig en meer dan welkom.
De voorstelling zit knap in elkaar. De acteurs zijn goed, er zijn mooie vondsten, maar dit is inderdaad een voorstelling voor mensen die simpel vermaak prefereren boven verdieping en inhoud.
Dutch Vinex Wonder Boys [BonteHond]
Regie: Noel Fischer
Als je Jolle heet en je broertje Tjebbe en je groeit op in Almere, Almere-Haven om precies te zijn, klinkt het weliswaar of je in een stripboek leeft, maar het is vooral heel erg zielig. Oké, mensen hebben weinig stress in Almere, maar dat komt omdat er helemaal geen prikkels zijn. In Almere opgroeien en daar blijven betekent dat je crimineel wordt of creatief of heel erg dik.
Zo begint de voorstelling van de broertjes Roelofs die beiden voor de creativiteit hebben gekozen. Jolle is muzikant, Tjebbe de acteur van de twee. Het decor is prachtig. Een kale, open vlakte dicht bij de pont met als achtergrond de veelkleurige studentencontainers die daar staan. Het lijkt inderdaad een Vinex-wijk. Er staat een hijskraan met een gekantelde container eraan gehangen, die tijdens het hijsen lijkt opengevallen. Alles wat er inzat, allerlei in plastic verpakt meubilair, ligt verspreid over de grond. Op de container staat ‘Get your freedom’ geschreven in mooie krullerige letters.
Beide broers zijn slank tot mager, in het zwart gekleed en dragen een zonnebril, die vaak afgaat trouwens. Jolle zingt en maakt muziek, Tjebbe is degene die het meeste spreekt en over het terrein dartelt. Hij vertelt de geschiedenis van de twee broers: de oudste met wie alles altijd goed ging, die bij wijze van spreken bij het ontbijt al applaus kreeg. De jongste die net een dood vogeltje was, waar iedereen zich alleen maar zorgen over maakte. En die het zelf ook niet wist, totdat hij ontdekte: ik wil acteur worden. Natuurlijk, hij is het prototype.
Het is een jeugdvoorstelling voor kinderen vanaf twaalf jaar, maar hij is minstens zo leuk voor volwassenen. Het is een mooie, kleine, sympathieke voorstelling. De broers blijven heel dicht bij zichzelf.
Het is mooi hoe ze vertellen over Almere, hoe dat eens de plek voor pioniers was, maar inmiddels is veranderd in een plaats waarvoor je je schaamt. Het is een persoonlijk coming-of-age verhaal met een universele betekenis. Almere kan voor alles staan, elke Vinex-wijk, maar ook gewoon iedere opgroeiplek, die schaamte en afkeer opleverde maar later uiteindelijk toch als thuis voelt.
10 juli
Hier is de gister beloofde uitleg over de in het wit geklede mensen met de groene vlaggen hoog boven op de containers. Het zijn spelers en ze maken de containervoorstelling ‘Archief voor vergeten signalen’. Je kan daar voor jou achtergelaten persoonlijke boodschappen ophalen en je eigen vergeten signaal de wereld in laten sturen. Leuk!
‘Broer’ – Het Beloofde Feest deel V [Tg. Ilay]
Concept en spel: Ilay den Boer
Muziek en spel: Anan den Boer
Copyright Saris & den Engelsman Anan en Ilay zijn broers. Ze schelen vijf jaar. Ilay is de oudste, hij is in Jeruzalem geboren. Hij is theatermaker en bezig met een zesdelige serie theatervoorstellingen onder de naam ‘Het Beloofde Feest’. Hierin neemt hij zichzelf, zijn familie, Israël en de joodse geschiedenis onder de loep. Anan maakt muziek. Drie jaar geleden hebben ze grote ruzie gehad. Deze ruzie en het weer goed maken zijn de thema’s van de voorstelling.
We zitten op een tribune aan het water. Ilay leidt de voorstelling, praat, sjouwt rond in het water of op de aanlegsteiger. Hij wisselt zijn regenlaarzen om voor een groot visserspak, waarin hij tot aan zijn middel in het water kan staan en is constant bezig. Anan zit in zijn bootje, luistert, pielt met muziek. Het begin is ontroerend, beide broers maken samen muziek, spelen ‘Stairway to Heaven’ en een Beatles-nummer – het zou prima zijn als dit de hele voorstelling zou duren. Maar dat gebeurt niet.
Ilay legt zijn theaterproject uit, zijn connectie met Israël en met Anan. En waarom ze die grote ruzie hebben gekregen. Het gaat om de Gaza-oorlog in de winter van 2008-2009.
Copyright Saris & den Engelsman Verder schrijven over wat er gebeurt in de voorstelling zou een spoiler zijn. Er moet omheen worden geschreven. Ilay is duidelijk de baas, de oudste, en Anan moet de hele tijd naar hem luisteren en zijn aanwijzingen volgen. Ilay begint eigenlijk een klein beetje te irriteren. Wat is die man met zijn eigen ideeën bezig, zeg. Goedbedoeld, oké, maar wel dominant. Waarom denkt hij de hele tijd dat hij zo’n gelijk heeft? Ondertussen is het wel prettig daar aan het water. Een beetje koud, veel wind, maar daar kan je je op kleden. Er zwemmen meerkoeten rond en op een gegeven moment komt er een moedereend met twee jonkies voorbij. Ilay vertelt dat het er vijf waren, er zijn er drie verdwenen inmiddels. De reigers?
Halverwege verandert de voorstelling compleet. En wel zodanig dat je niet weet of dit nog wel een voorstelling is. Is dit de bedoeling of hoe zit het?
Vermoedelijk is het de bedoeling, maar wel geweldig gebracht! Ilay en Anan den Boer zijn broers en maken samen een fantastische, spannende, onvoorspelbare, te gek leuke voorstelling. Gaat dat zien!
9 juli
De vijfde dag alweer. Het is wat rustiger vandaag. Omdat het maandag is? Omdat het weer alweer tegenvalt? Maar de in het wit geklede mensen met groene vlaggen staan weer hoog bovenop de containers. Wat doen die mensen daar toch? Waarom staan ze er? Hopelijk morgen een antwoord.
‘What’s happenin’ brother?’ [Trouble Man]
Concept, tekst en spel: Sadettin Kirmizyüz
Tekst: Joeri Vos, coach: Bert Luppes
Sadettin Kirmizyüz is in Zutphen geboren en tot acteur opgeleid aan de Toneelacademie Maastricht. De laatste jaren krijgt hij vooral naamsbekendheid door zijn solovoorstellingen.
We zitten in een soort boksring. Het publiek veilig onder een overkapping, de speler onder de blote hemel. Het is dit keer niet Sadettin die we zien, maar zijn vijf jaar oudere broer Süleyman. Süleyman is het prototype van de foute Turk, matje in zijn nek, agressief gedrag. Hij is eigenaar van vier coffeeshops en doet nu alleen mee omdat zijn kleine broertje het hem vroeg, maar hij vindt het grote onzin. Zijn kostuum alleen al, dat iemand vier jaar studeert om een kostuum te ontwerpen! Hìj wilde ninja worden vroeger, dààr zouden ze scholen voor moeten hebben.
Het is vaak ongemakkelijk om naar hem te kijken. Hij vraagt iemands aansteker te leen en steekt die dan in zijn zak. Hij wil van het publiek antwoorden op bepaalde vragen en als die niet komen, sneert hij “wat een stelletje bijdehandjes hier, zeg”. Hij is je vleesgeworden vooroordeel tegen allochtonen. Dat woord bestond trouwens niet eens toen hij in Zutphen werd geboren. Turken werden toen vooral als zielig gezien.
Hij praat over zijn opvoeding met Kinderen voor Kinderen, Nijntje en Annie M.G. Schmidt. En hoe hij voor zijn broertje zorgde, die hem nu trouwens flink tegenvalt. Hij zou drie keer modaal moeten verdienen, die gast, en wat doet hij? In zo’n miezerig theatertje staan! En als hij dan eindelijk op televisie komt, speelt hij een vuilnisman en dat niet alleen, ook nog een Tunesiër! Maar Süleyman hoopt dat er iets heel duidelijk wordt vandaag: Marokkanen zijn erger dan Turken.
Het is een knappe, bij tijden erg geestige, voorstelling die pijn doet. Omdat je zijn verhaal hoort en begrijpt, maar ook omdat je je eigen vooroordelen in de gaten krijgt. Die natuurlijk ook niet helemaal uit de lucht komen vallen, maar die wel generaliserend zijn en in de weg zitten. Mooi dat Kirmizyüz deze belangrijke voorstelling maakt. Aan het eind geeft hij de aansteker terug. Hij is trouwens de enige theatermaker hier, tot nu toe tenminste, die zijn publiek dekentjes geeft tegen de kou.
8 juli
Het heeft de hele dag geplensd van de regen, maar nu tegen de avond, is het droog en schijnt de zon zelfs een beetje. Op het Over het IJ Festival heerst zoals altijd een ontspannen sfeer. Mensen lopen rond of zitten te eten. Uitgebreid in het restaurant of zo maar een snack aan een van de lange tafels. De lucht boven het IJ is prachtig. Amsterdam is mooi hier, ook in een niet zo goede zomer.
‘The promised land’ [Orkater]
Regie & concept: Ria Marks en Titus Tiel Groenestege
Copyright Muck van Empel We worden verzocht richting het IJ te lopen en krijgen dan te maken met officials die ons opdragen een immigratie-formulier in te vullen. De voertaal is Engels. Een groepje vrouwen zingt prachtige Oekraïense liederen terwijl een boot, een oude pont, aan komt varen. De mannen en de vrouwen moeten die gescheiden betreden. Vrouwen eerst. We varen weg, een ongewisse toekomst tegemoet, terwijl het groepje zingende vrouwen aan de kant blijft en ons met witte zakdoeken nawuift. Aan boord wordt muziek gemaakt en zijn jonge mensen vrolijk aan het dansen. Het doet denken aan beelden uit films als ‘Titanic’, waar de derde klas passagiers die op het achter- en tussendek verblijven, het meeste plezier hebben. Vol hoop voor de mooie nieuwe toekomst die hen wacht.
We leggen aan en moeten een minuut of tien lopen terwijl de officials ons strenge aanwijzingen toe roepen door megafoons. Dit onderdeel is het minst sterk. Het idee is goed: ondergaan hoe het voelt om in een totaal vreemde omgeving te zijn en op deze manier behandeld te worden. Maar het publiek weet dat het niet echt is, dus veel mensen zijn onder het wandelen gezellig over van alles en nog wat aan het keuvelen.
Dan komen we aan in een grote loods. Het doet denken aan Ellis Island. De jonge mensen van de boot worden hier onderworpen aan de ondervragingen zoals die vroeger in het echt ook plaatsvonden. Er worden allerlei scènes gespeeld, zowel over het strenge immigratie-proces als over later, als ze al enige tijd in De Nieuwe Wereld wonen en merken dat het ook daar niet het paradijs is.
Copyright Muck van Empel Je kan alleen maar meevoelen met die mensen die vol hoop aan hun reis begonnen en nu geconfronteerd worden met de werkelijkheid. Een man die alles heeft opgegeven voor een nieuw leven en dan wordt teruggestuurd omdat hij ziek is. Een ander die de moordenaar van zijn familie ontdekt. De heimwee en het verlangen naar het oude land. Het stuk gaat niet alleen over de emigratie van een eeuw geleden maar wijst ook naar nu. Al moet het voor het vijftal Amerikaanse acteurs dat meedoet heel bijzonder zijn om hun eigen voorouders te spelen.
Orkater heeft ons deze woorden van Shakespeare uit ‘The Tempest’ meegegegeven: “How beauteous mankind is. O brave new world, that has such people in it”.
Een prachtige hartverscheurende voorstelling!
5 juli
De openingsdag van het Over het IJ Festival. Het is prachtig weer. Er is regen voorspeld en hagel, maar gelukkig is er niets van dat alles. We komen van de pont af en horen vanuit een van de containers “daar komt ze, daar komt ze” en zien een huilende vrouw in het wit gekleed met een koffer in de hand aan komen strompelen. We lopen dwars door de voorstelling heen, maar het geeft niet. We zijn op Over het IJ.
‘Supernova 1*2’ [Dansmakers Amsterdam]
Choreografie: Gabriella Maiorino
Copyright Jamain Brigitha - Associatives Vanaf het verzamelpunt worden we door vrijwilligers - gezien de prachtige wijze waarop ze lopen zijn het vermoedelijk dansers – naar de plek gevoerd waar de voorstelling plaatsvindt. We worden in twee groepen verdeeld, een groep gaat een container binnen, de andere groep blijft buiten. Een man staat bovenop de containers, een vrouw op de grond. Ze dansen een duet. De vrouw heeft veel weg van Noomi Rapace, de actrice die Lisbeth Salander speelde in de Millennium-trilogiefilms. Hetzelfde uiterlijk, dezelfde uitstraling. Salander is een icoon en de gelijkenis maakt deze danseres fascinerend.
Later, in de container, dansen twee andere dansers. Het is erg donker, de dansers zijn niet goed te zien, het is warm en het stinkt naar zweet. Het is het spannendst als je de man bovenop de container hoort springen. Later als we weer buiten zijn worden we steeds door de vrijwilligers in bepaalde richtingen geleid. De man en de vrouw doen een dans waarbij ze de toeschouwers betrekken, ze dansen tussen ons door, springen als het ware van ons af. Het is prachtig. De man lijkt plotseling op een Indiaan. Natuurlijk, de perfecte man voor Salander denk je. Het is heerlijk op de grond zittend naar deze mensen te kijken en te fantaseren. Maar dan worden we weer voortgedreven. We moeten wodka drinken en weer, dit keer in kleine groepjes, de container in.
Het is daar lichter nu, het is makkelijker te zien wat de dansers doen. Het zijn twee vrouwen en ze maken direct contact met het publiek. Kijken mensen strak aan, raken ze aan. Buiten worden toeschouwers door vrijwilligers aan de hand gevoerd en op een bepaalde plek neergezet. Het is een voorstelling waarbij je telkens denkt: wat moet dat nou, waarom laten ze ons niet rustig kijken, wat willen ze toch? Maar dan, aan de achterkant van de containers terwijl er prachtige muziek klinkt en de man en de vrouw boven op de container langzaam dansen, gebeurt er plotseling iets. Het raakt en emotioneert. Deze voorstelling is niet om van een afstand naar mensen die hun kunst uitvoeren te zitten kijken, nee, het gaat om het contact. Met de dansers, met elkaar. Alles wat je moet doen is je er aan overgeven.
‘Terminator Trilogie’ [FC Bergman]
Dramaturgie: Bart Van den Eynde
Het publiek zit op een tribune in de buitenlucht met uitzicht op het IJ. We zien een fel verlichte grote open vlakte vol met spullen: diverse bankstellen, een botsautootje, een biljarttafel, een paar vogelkooien, een benzinepomp, een w.c. en nog veel meer. Een vijftigtal mannen en vrouwen gekleed in pak en avondjurk bevolken de ruimte, zitten in stilte, drinken wijn, roken, lezen, biljarten, enzovoort. Na enige tijd maken de mensen een buiging en verdwijnen ze richting het IJ. Het is een fascinerend gezicht, het lijkt of ze het IJ inlopen.
Dan klinkt een luid gedonder en wordt alles wat er staat mechanisch weggetrokken. Het einde der wereld? Er komt een jonge slanke man aanlopen, Stef Aerts. Hij is alleen overgebleven. Aerts is een van de jonge acteurs die FC Bergman vormen, een Vlaamse groep die nog niet zo lang bestaat maar in rap tempo bekender en succesvoller aan het worden is. Nu vormen ze de officiële openingsvoorstelling van het Over het IJ Festival.
Wat die man daar doet op die grote lege vlakte wordt niet bekend. Iedereen kan daar zijn eigen invulling aan geven. Aerts is fascinerend om naar te kijken. Hij verkent de ruimte, vindt een stuk plastic en doet een serieuze poging zichzelf daarmee op te hangen. Een paar keer komt er een aantal vriendelijke, af en toe een dansje makende, mannen op met een antieke grammofoon. Op die momenten geeft hij zichzelf over aan wat ze van hem willen. Als hij weer alleen is slaat hij een fles water dood, maakt vuur en doet een prachtige dans met Marie Vinck. Dan komt er een klein jongetje dat hij probeert te vernietigen. Er wordt niet gesproken.
Uiteindelijk bedolven onder het zeepschuim wordt hij hangend achter een limousine voortgetrokken terwijl Lou Reed zingt “it must be nice to disappear”. Dit alles in de warme avond, tegen de prachtige achtergrond van het IJ en de donkere lucht met roze wolken, bij het geluid van meeuwen en andere vogels. Overdonderend mooi. Als de voorstelling is afgelopen begint het een klein beetje te regenen. Perfecte timing.
|
|
Redacteuren gezocht
Ga je graag vaak naar het theater en beschik je over een vlotte pen? Word dan redacteur bij Theaterjournaal! Op vrijwillige basis schrijf je per maand twee of meer artikelen (recensies, festivalverslagen en interviews) die op de website www.theaterjournaal.nl worden gepubliceerd. Kennis van theater en enige schrijfervaring wordt op prijs gesteld. Geïnteresseerd? Mail een motivatiebrief met CV en een artikel dat je zelf hebt geschreven naar: vacature@theaterjournaal.nl
|
|