Waarschijnlijk is Herman Heijermans de beroemdste toneelschrijver van Nederland en ongetwijfeld is zijn ‘Op hoop van zegen’ uit 1900 zijn beroemdste toneelwerk. Het stuk over armoede en onrecht in een vissersdorp sloeg indertijd direct bij het publiek aan. In Nederland was het decennia lang vast onderdeel van het gangbare toneelrepertoire en ook in het buitenland werd het vaak op de planken gebracht. Heijermans was een socialist; ‘Op hoop van zegen’ is een aanklacht tegen het kapitalisme van de negentiende eeuw.
Copyright Deen van MeerHet onrechtvaardige kapitalistische systeem wordt belichaamd door de keiharde reder Clemens Bos. Voor hem komt de winst op de eerste plaats, de vissers die voor een schamel loon het zware werk voor hem doen, op de tweede. En de vrouwen en kinderen van de zeelieden die achterblijven als er weer eens een schip vergaat, spelen hoegenaamd geen rol. De oude vrouw Kniertje heeft al haar man en een zoon aan de zee verloren. Haar ene resterende zoon, Geert, verzet zich tegen de uitbuiting van de reder, de andere zoon, Barend wil niet naar zee omdat hij bang is. Kniertje zit gevangen in het systeem. Ze is onderdanig ten opzichte van reder Bos en dwingt Barend toch te gaan. Ook voor Geert is er, gedwongen door armoede, geen andere oplossing. Het einde laat zich raden.
Het uitbuiter-slachtoffer patroon is wellicht wat belegen, maar Heijermans had juist de bedoeling om dat schema aan het licht te brengen: kapitalisten buiten arbeiders uit! Daarbij komt dat het niet helemaal zwart-wit is; er zijn momenten waar het schrijnt, bijvoorbeeld als de dochter van reder Bos, Clémentine, moet kiezen tussen haar sympathie voor de vissersvrouwen of de loyaliteit aan haar vader.
Dicht bij de bron
Copyright Deen van MeerRegisseur Jaap Spijkers blijft met zijn aanpak van dit stuk dicht bij de bron. De mannelijke personages gaan in de kledij van toen: schipperstrui en wijde broek. De vrouwen in lange rok en bloes. Het decor blijft beperkt tot enkele houten stoelen en verschillende zeegezichten op de achtergrond. Alle handelingen spelen zich af op een grote ronde verhoging op het podium. Zo nu en dan wordt de kerkklok geluid en ook het draaiorgel ontbreekt niet. Het inmiddels ouderwetse taalgebruik is ongewijzigd gebleven:
Bos:
’n lekker dier…’k Zal je één ding zeggen, Knier – liever neem ‘k ‘m niet – ontevrejen rakkers zijn ‘r tegenwoordig genoeg -
Wat van de Marine komt – dat is – verdomd ’t is wáar –
dat is róod op de graat – rooien blief ìk niet. Gelijk?
Kniertje: Zeker meneer. Maar mijn jongen...
Het geeft de voorstelling een authentiek karakter. Het acteerwerk van de tien acteurs is sterk en overtuigend. Marisa van Eyle zet een relatief jonge, 51-jarige, Kniertje neer. Ze zit gevangen in het systeem en in zichzelf. Op een uitzondering na, laat zij geen emoties toe. Ze draagt haar lot. Maarten Heijmans is de bange Barend en zijn angst is zonder meer aangrijpend. Saskia Temmink is de aanstekelijke lachebek Jo, een nicht van Kniertje en verloofd met Geert.
Educatieve doeleinden
Copyright Deen van MeerMaar naast de onmiskenbare kwaliteiten kleeft er een bezwaar aan deze voorstelling: honderd jaar geleden had het op precies dezelfde wijze kunnen worden opgevoerd. Bij een stuk dat tot het klassieke repertoire gerekend wordt, mag óf een link worden verwacht naar de eigen tijd - al is het maar in de uitvoeringspraktijk - óf dient er iets getoond te worden dat uitstijgt boven de specifieke omstandigheden van toen. Dat gebeurt niet en het is maar de vraag of dit stuk dat in zich heeft. Heijermans richt zich welbewust op de sociale onrechtvaardigheid van Nederland in die tijd en lijkt geen poging te doen die als aanknopingspunt te gebruiken om af te dalen in de psyche van de personages. Deze voorstelling past wellicht in een hernieuwde belangstelling voor het Nederlandse erfgoed en is een
must voor wie deze
dutch classic in een zo oorspronkelijk mogelijke uitvoering wil zien. Kortom; zeer geschikt voor educatieve doeleinden, maar voor wie meer van toneel verwacht is dat niet genoeg.