Ernst van der Pasch is 33 jaar oud. Een leeftijd waarop je nog een groot deel van je leven voor je hebt liggen. Maar ook een leeftijd waarop je al het nodige hebt meegemaakt om op terug te kijken. Ernst van der Pasch kijkt achteruit in ‘Laat niets van waarde achter’. Met name in het begin van de voorstelling praat hij uitermate nostalgisch over vroeger. Vroeger toen het leven nog zo onschuldig was en lief. Van der Pasch noemt zichzelf een oude lul die in nostalgie denkt aan goede herinneringen. Dat verlangen naar vroeger geeft toch een gek gevoel bij een vent van 33. Zo terugverlangen naar het verleden verwacht je toch eerder bij iemand met een kunstgebit achter de geraniums dan bij deze man in een spijkerbroek op gympies.
Copyright Allard de Witte
Leeftijdsgenoten van Van der Pasch als Javier Guzman en Jan Jaap van der Wal willen toch zo min mogelijk met het vingertje wijzen als cabaretier-schoolmeester zoals in de tijd van Freek de Jonge nog gewoon was. Van der Pasch maakt echter een geëngageerde voorstelling en schuwt een thema als de zin van het leven niet. Misschien is dat ook de reden dat Van der Pasch niet zo populair is als zijn collega’s, zoals hij zelf benadrukt. Hij geeft met grote zelfspot aan dat hij nog lang geen vol Carré trekt en toch al tien jaar bezig is. Hij is voortdurend onderweg, zowel fysiek als mentaal, en vertelt dat de reis zinvoller is dan de bestemming. Tegelijkertijd relativeert hij zichzelf met de mededeling dat die levenswijsheid vast door iemand is bedacht die zijn doelen nooit haalde.
Nostalgie vs. relativering
Zo zien we hoe nostalgie en verlangen om aandacht strijden met zelfspot en relativeringsvermogen. In de voorstelling zorgt dit voor een mooie afwisseling. Het programma zit dan ook goed in elkaar; lichtzinnige grappen worden afgewisseld met gevoelige liedjes en de timing is perfect. Kleine schoonheidsfoutjes als versprekingen worden snel vergeten door de levendige beschrijvingen. Van der Pasch heeft een groot inlevingsvermogen en weet het publiek mee te nemen in zijn beschrijvingen.
Preken voor eigen kerk
Een interessant thema dat Van der Pasch ook aansnijdt in zijn voorstelling is het preken voor eigen kerk; hij wil zijn publiek graag laten nadenken over de wereld en de maatschappij. Hij denkt echter dat het publiek dat naar zijn cabaret komt kijken al nadenkt over levensvragen en blijkens de positieve reactie op ‘intellectualistische’ grappen maakt Van der Pasch op dat hij gelijk heeft. In hoeverre Van der Pasch ons dus aan het denken zet en een monument (‘iets van waarde’) achterlaat is een vraag die hem erg bezig houdt. Hij deelt deze twijfel met het publiek en een kort intermezzo met iemand in het publiek maakt duidelijk dat hij niet de enige is die zich af vraagt of datgene wat hij/zij doet nu zo zinvol is.
Is het kunst?
Van der Pasch speelt in kleine theaters en niet voor het grote publiek volgens hemzelf. Je kunt je afvragen of dit een terechte veronderstelling is als je naar een voorstelling kijkt in de Kleine Komedie; een tempel voor de kleinkunstenaar. Dat ‘Laat niets van waarde achter’ niet in Carré geprogrammeerd staat, komt misschien doordat het kunst is denkt Van der Pasch. Hij stelt de terechte vraag die je weinig cabaretiers hoort stellen. Is het kunst? En is kunst kunst omdat niet iedereen het begrijpt? Maakt dat het dan meer of minder zinvol is, is de volgende vraag die wordt opgeworpen.
Dertigersdilemma
Met deze vragen over het leven word je door de cabaretier naar huis gestuurd. Van der Pasch heeft zijn twijfels over de richting van zijn eigen leven en werk met ons gedeeld. Onvermijdelijk ga je zelf ook nadenken over belangrijke keuzes. En omdat het publiek voor een groot deel uit dertigers bestaat, is de kans groot dat dit herkend wordt. Of was je voor je naar deze voorstelling ging nog niet gegrepen door het dertigersdilemma, dan is de kans groot dat je met
quarterlife crisisgedachten het theater uit komt.