| Artikel |
Holland Festival 2010
Van 1 juni tot en met 23 juni 2010 wordt in Amsterdam het Holland Festival gehouden. Gedurende deze periode worden er op verschillende locaties in de hele stad grote internationale producties geprogrammeerd in verschillende disciplines als theater, muziek, dans en opera. Er is een zeer gevarieerd programma samengesteld, met betaalde voorstellingen, maar ook gratis voorstellingen, inleidingen en debatten. Theaterjournaal is aanwezig bij het festival om verslag te doen, dus kijk regelmatig op de website!
Giovanni [TR Warszawa]
Regie: Grzegorz Jarzyna
De openingscène speelt zich af in de blinkende badkamer op de vijfde verdieping van een luxe vijfsterrenhotel. De mooie Donna Anna maakt zich mooi voor de avond, als plotseling Giovanni de badkamer binnendringt. Een heftig lustgevecht ontvouwt zich. De champagne vloeit rijkelijk, panty’s worden aan flarden gescheurd, de lust is hoorbaar, voelbaar en zichtbaar. Dan verschijnt de vader van Donna Anna als ongenode gast ten tonele. Met een harde klap op rand van het bad slaat Giovanni hem dood. Op de achtergrond wordt de ouverture van ‘Don Giovanni’ ingezet.
Copyright Stefan Okolowicz Regisseur Grzegorz Jarzyna van het Poolse gezelschap TR Warszawa neemt Mozart’s opera ‘Don Giovanni’ als uitgangspunt voor de voorstelling ‘Giovanni’. Hij laat de kunstmatigheid van opera zien door de oorspronkelijke opera te vertalen naar het theater. Jarzyna stelt het verhaal centraal en de muziek op de achtergrond. Het verhaal wordt prachtig verteld, maar invoelbaar wordt de voorstelling niet. De acteurs playbacken de aria’s als ze aanzwellen, waardoor de schitterende muziek niet beklijft. De slotaria daarentegen, waarin Giovanni’s dood wordt bezongen, wordt gebracht door een tenor en bezorgt kippenvel. Wat verder goed werkt is de cinematografische benadering. Grote zwarte panelen schuiven over het podium heen en weer waardoor de focus steeds verlegd wordt naar een andere locatie, net als bij een film. Korte scènes volgen elkaar op in een krachtige montage. Het decor is protserig en kitsch, maar past uitstekend bij de flamboyante verschijning van Giovanni. De enscenering van Jarzyna is gewaagd, maar voelt leeg aan doordat de oorspronkelijke ‘Don Giovanni’ van alle pracht en praal wordt ontdaan.
Wat ook leeg aandoet, is de protagonist Giovanni zelf, een prachtig, arrogante rol van de Poolse filmster Andrzej Chyra. Vol overgave speelt Chyra de charismatische, vrouwenverslindende Giovanni. Rücksichtlos en vaak onherkenbaar door zijn masker gaat hij te werk, net als Pat Bateman in ‘American Psycho’. Giovanni vermoordt zijn vrouwelijke prooien dan wel niet, maar hij laat ze wel kapot en vernederd achter nadat hij ze heeft veroverd en geneukt. Net als Bateman is Giovanni een rijke playboy die wordt gedreven door een diepe innerlijke verveling als gevolg van de consumptiemaatschappij. Doordat hij alles kan kopen, denkt Giovanni ook dat hij alles kan krijgen. Vrouwen worden in zijn wereldbeeld gereduceerd tot consumptieve goederen. Zo behandelt hij ze dan ook, gevoelloos en ongeïnteresseerd gaat hij tekeer. Zijn dood gaat hij al even lusteloos tegemoet. Jarzyna’s Giovanni is een decadent mannetje die lak heeft aan de wereld. Morele waarden zijn niet op hem van toepassing, de norm van de waarden bepaalt hijzelf. Jarzyna – kind van de Poolse transitie na de val van de Muur – maakt de balans op na twee decennia ervaring met een vrije maatschappij. Hij geeft met ‘Giovanni’ een scherp signaal af aan de nieuwe Poolse generatie.
(Chris Belloni, gezien 22 juni)
Performing Parades [Metropole Orkest & Efterklang]
Copyright Agnete Schlichtkrull Dit jaar ontmoet het Metropole Orkest de Deense postpopformatie Efterklang tijdens het Holland Festival. Efterklang is moeilijk in een hokje te stoppen. Hun muziek is een mix van folk, indierock, elektronica en klassieke muziek. Al met al levert dat sprookjesachtig materiaal op, waar het Metropole Orkest fantastisch mee uit de voeten kan.
Dit is het eerste optreden van Efterklang in Nederland. Het debuutalbum van de band, ‘Tripper’, kwam uit in 2004, maar in 2007 brak de band definitief door met hun album ‘Parades’. Het Nationaal Kamerorkest van Denemarken nodigde Efterklang dat jaar uit om samen te werken. Parades werd voor deze samenwerking gearrangeerd voor een orkest van vijftig man en werd een onverwacht groot succes. Genoeg reden voor een optreden samen met het Metropole Orkest dus.
Het podium van het Muziekgebouw aan ’t IJ staat bomvol instrumenten. De zangers van Efterklang staan niet vóór het orkest, maar ergens tussenin. Niet op de voorgrond, maar als onderdeel van het orkest. De hele band is gekleed in een soort padvinderspakken met kleurige sjerpen. Je weet gelijk dat het een bijzondere avond gaat worden. Het Metropole Orkest bouwt langzaam op. Je ziet aan de gezichten van Efterklang dat het goed is, na de eerste noten breekt er al een brede glimlach op hun gezichten door. Iets wat overigens de hele voorstelling door opvalt. Zowel de muzikanten van het Metropole Orkest als de bandleden genieten met volle teugen van hun spel.
De muziek is moeilijk te omschrijven. Het geheel is een overweldigende hoeveelheid aan verschillende klanken, melodieën en ritmes. De samenzang van Efterklang is kinderlijk puur en melodieus, de arrangementen zijn vol van variaties. Het Metropole Orkest kan perfect laten zien wat het allemaal in huis heeft. De muziek gaat van sprookjesachtig tot klassiek, van jazz tot rock. En vaak komen al die stijlen zelfs in één en hetzelfde nummer voorbij, soms aangevuld door een bandlid dat op z’n knieën met op schoenzolen lijkende voorwerpen op het podium stampt. Of een bandrecorder die meedraait en zodra deze stilgezet wordt, stopt het hele orkest. Kortom, moeilijk te omschrijven. Iets dat je gezien moet hebben en niet snel zal vergeten...
(Ellemieke Visser, gezien 19 juni 2010)
Radio Muezzin [Rimini Protokoll]
Regie: Stefan Keagi
Copyright Claudia Wiens Luidkeels heffen de vier oudere mannen hun stem en uit volle borst en vol passie bulderen ze gebedsliederen de zaal in. De vier mannen zijn muezzin, de voorzangers die live oproepen tot het gebed. In Egypte genieten de muezzin een grote status, maar hun voortbestaan staat onder flinke druk. De overheid heeft namelijk bepaald dat de traditionele muezzin vervangen moeten worden door gezang op tapes, wat tot een meer uniform geluid moet leiden. Stefan Keagi van het gezelschap Rimini Protokoll regisseert de gebedszangers in ‘Radio Muezzin’ en laat hen uitgebreid aan het woord, over hun werk en hun toekomstbeeld dat ingrijpend dreigt te veranderen. De voorstelling is volledig Arabisch gesproken, maar is voorzien van Nederlandse boventiteling.
De mannen hebben allen een zeer verschillende achtergrond, maar ook duidelijke overeenkomsten. Zo zijn ze allen moslim en in Cairo woonachtig en geen van hen is professioneel acteur. Ze staan op het podium als traditionele muezzin en ze willen maar al te graag uitdragen hoe trots ze zijn om hun vak te mogen uitvoeren. Eerst krijgen we een stoomcursus bidden. Er wordt verteld op welke tijdstippen de verschillende gebeden plaatshebben en hoe het reinigingsritueel in elkaar steekt. Hussein – de eerste die opkomt – is, zoals vele andere muezzin, blind. Hij vertelt trots dat hij een jalaba van damast kreeg omdat de imam voor wie hij liederen zingt vond dat hij zo goed zong. De elektricien Mansour heeft, na een verkeersongeluk te hebben overleefd, zijn leven volledig gewijd aan het bestuderen van de Koran en het zingen van gebedsliederen. Mohamed tenslotte, is een officiële muezzin in dienst van het Ministerie van Religieuze Zaken. Dat hij zijn baan serieus neemt blijkt wel, zijn gezicht steekt de gehele voorstelling strak in de plooi.
Kaegi toont met deze voorstelling een zeer krachtige en boeiende inkijk in de, gesloten, Egyptische maatschappij. De verhalen van de muezzin zijn persoonlijk, krachtig en af en toe van humor voorzien. Met name de elektricien weet de lachers op de hand te krijgen, helemaal als hij met een augurk demonstreert hoe een bepaalde wijk in Cairo geruïneerd was na kortsluiting in een elektriciteitshuis. Maar echt krachtig worden de verhalen door de projecties van foto’s en straatbeelden op vier grote projectieschermen die achter de muezzin staan. De verhalen komen zo echt tot leven en laten het netvlies niet meer los. De beelden van Cairo in helicopter view zijn indrukwekkend; duizenden minaretten steken parmantig boven de daken en vuilnishopen uit. In iedere minaret schuilt een muezzin die op gezette tijden het gebedsoproep inzet, althans als het aan de overheid ligt niet al te lang meer. Dat schrikbeeld is niet aan Hussein, Mansour en Mohamed besteed. Zij beloven plechtig door te zingen en sluiten de voorstelling af met een galmend, haast hypnotiserend gezang.
(Chris Belloni, gezien 15 juni 2010) 'Radio Muezzin' is te zien tot 17 juni in Theater Bellevue
De negen symfonieën van Beethoven: Symfonie 9 [Anima Eterna Brugge]
Regie: Jos van Immerseel
Tijdens het Holland Festival werden, verspreid over minder dan een week, alle negen symfonieën van Beethoven gespeeld. Oude-muziekspecialist Jos van Immerseel stond de eerste vier dagen met zijn orkest en koor Anima Eterna Brugge in het Muziektheater aan 't IJ. De vijfde dag eindigde hij in het Concertgebouw met de negende en laatste symfonie van Beethoven, ook wel “de moeder van alle symfonieën” genoemd.
Alle symfonieën werden elke avond voorafgegaan door één van Beethovens ouvertures, allen afkomstig van zijn toneelmuziek. Als aftrap van de reeks heeft Martijn Padding speciaal voor het Holland Festival een nieuwe ouverture, 'Glimpse', geschreven. Deze is gebaseerd op wat Beethoven, volgens de overlevering, in gedachten zou hebben gehad voor zijn tiende en nooit geschreven symfonie.
Copyright Dirk Vervaet
Het orkest Anima Eterna Brugge en zijn leider Van Immerseel staan bekend om hun precieze reconstructie van hoe een muziekstuk ten tijde van het componeren zou hebben geklonken. Bezetting en instrumenten zijn zo oorspronkelijk mogelijk. De omvang van orkest en koor is dan ook kleiner dan hoe symfonie negen meestal uitgevoerd wordt, soms wel met koren van zestig man. Dit koor telt minder dan de helft aan stemmen. Het orkest bestaat uit rond de veertig musici, per symfonie verschillend.
Maar zodra de muziek klinkt, ben je dat totaal vergeten. De verhoudingen van de hoeveelheid instrumenten, en later het koor en de solisten, is perfect in balans. Elk instrument en elke stem komt tot zijn recht, niemand wordt overstemd. Beethovens klanken klinken helder, vol en overweldigend. De eerste delen van de negende symfonie zijn nu eens zacht en romantisch, dan weer stoer en stevig. De percussiesectie kan zich op vele momenten flink uitleven.
Het laatste deel, daar waar Beethoven voor het eerst zang aan een symfonie toevoegde, is meesterlijk meeslepend. De solisten en het koor zijn in topvorm en struikelen nergens over de ingenieuze waterval die Beethoven voor hen schreef. Beethovens laatste symfonie, zeker in deze pure vorm, blijft een meesterwerk. Een afscheidscadeautje van de wereldberoemde componist, die drie jaar na de eerste uitvoering eenzaam stierf.
(Ellemieke Visser, gezien 11 juni 2010)
Rechnitz (Der Würgeengel) [Münchener Kammerspiele]
Regie: Jossi Wieler
‘Rechnitz’, geschreven door Nobelprijswinnares Elfriede Jelinek, is een klein Oostenrijks plaatsje waar tweehonderd Hongaarse Joden werden vermoord. Deze dramatische gebeurtenis speelde zich af bij het kasteel van graaf en gravin Batthyány. Aan de vooravond van de bevrijding organiseerde het adellijke stel een soiree waar nazileiders en notabelen werden uitgenodigd. Op de bewuste avond vermoordden ze de groep Joden uit lust en verveling. Het verhaal wordt verteld door vijf bodes.
Copyright Arno Declair De bodes worden ieder op een geheel eigen wijze gespeeld. De één vertelt gepassioneerd en met vonkelende ogen over de gebeurtenis en de ander doet eerder objectief verslag, alsof het het Journaal betreft. Hildegard Schmahl is voortreffelijk in haar mimiek en taalbeheersing. Als zij aan het woord is, worden de meest gruwelijke details ineens futiliteiten. Ook de acteerprestaties van collega-bode André Jung zijn opzienbarend. Met een ogenschijnlijke nonchalance doet ook hij verslag van mogelijke gedachtenspielingen die ten grondslag hebben kunnen liggen bij de daders. De adem stokt je hierbij in de keel. De koele besprekingen van de gruweldaden gaan gepaard met het afkluiven van kippenbouten. Het glinsterende vet dat de bodes van de kin druipt, staat hierbij symbool voor de bloederige slachtpartij.
‘Rechnitz’ is een gelaagde voorstelling die geraffineerd in elkaar steekt. De bodes construeren het verhaal, waardoor het vertelperspectief constant wisselt. Ze vertellen veel, maar ze verhullen misschien nog wel meer. Soms vullen ze elkaar aan, vaak ook spreken ze elkaar tegen. Duistere gedachtes worden afgewisseld met precieze beschrijvingen van de sinistere lust- en moordpraktijken. Dit werkt verwarrend, maar is passend voor bij zo’n vreselijke gebeurtenis waar haast geen woorden voor bestaan. ‘Rechnitz’ kan gezien worden als een felle aantijging van Elfriede Jelinek tegen de gebeurtenissen en de manier waarop de samenleving nog steeds de waarheid tracht te maskeren en te verdoezelen. Het schitterende spel en de heftige thematiek maken het tot een belangwekkende voorstelling.
(Chris Belloni, gezien 10 juni 2010)
|
|
Redacteuren gezocht
Ga je graag vaak naar het theater en beschik je over een vlotte pen? Word dan redacteur bij Theaterjournaal! Op vrijwillige basis schrijf je per maand twee of meer artikelen (recensies, festivalverslagen en interviews) die op de website www.theaterjournaal.nl worden gepubliceerd. Kennis van theater en enige schrijfervaring wordt op prijs gesteld. Geïnteresseerd? Mail een motivatiebrief met CV en een artikel dat je zelf hebt geschreven naar: vacature@theaterjournaal.nl
|
|