Is het een toneelstuk, een opera of een musical? ‘Granida’ van P.C. Hooft (1581-1647) is muzikaler dan lang werd aangenomen. Voor de huidige uitvoering is de oorspronkelijke muziek er weer bij gezocht. Dat waren bestaande liederen en melodieën waar Hooft zijn teksten op schreef. Het resultaat is een voorstelling die de toeschouwer een blik gunt op de vroege Nederlandse toneelkunst, en die blijkt zeer de moeite waard. Ook koningin Beatrix kwam er voor naar de Stadsschouwburg in Amsterdam.
Copyright Marco Borggreve
Weinig moderne toeschouwers zullen nog door het verhaal zelf worden meegezogen, daarvoor zijn de conventies te gedateerd. Hooft heeft het gesitueerd in het exotische Perzië. De herder Daifilo ontmoet –terwijl hij een herderinnetje tot vleselijke liefde probeert over te halen- de prinses Granida, die afgedwaald is van haar jachtgezelschap. Als Daifilo haar in het oog krijgt, wordt zíj het object van zijn liefde, die op slag platonisch wordt. Granida, opgevoed aan het hof, is gecharmeerd van de eerlijke eenvoud van het herdersbestaan. Daarmee vergeleken is het hofleven een decadente en verdorven bedoening. Zij beantwoordt Daifilo’s liefde, maar twee mannen van haar eigen stand dingen naar een hand. Veel verwikkelingen volgen, maar uiteindelijk zal de liefde tussen Granida en Daifilo bloeien.
Zeventiende-eeuwse rap
De gouden greep bij deze uitvoering is de muzikale benadering. De liedjes die Hooft heeft gebruikt om zijn teksten op te schrijven, zijn verloren gegaan, maar door minutieus archiefwerk van de musicoloog Louis Peter Grijp is dat grotendeels gereconstrueerd. Ontbrekende delen zijn in dezelfde stijl aangevuld. De twee uur durende voorstelling bestaat uit een voortdurende afwisseling van gewone tekst, liederen en ritmisch uitgesproken spreektaal, een soort zeventiende-eeuwse
rap. Daardoor blijft het stuk een speels karakter houden. Verheven momenten worden afgewisseld met kluchtige. De voedster, een rol in travestie van Marcel Beekman, zorgt daar wel voor door enigszins log over het toneel te dartelen en dubbelzinnigheden te debiteren.
De muzikale begeleiding vindt op het toneel zelf plaats. De zeven musici spelen op oude instrumenten en maken deel uit van het toneelbeeld. Ze dragen ook kostuums en af en toe lopen ze met hun instrumenten rond of nemen ergens anders op het podium plaats. Er is een steeds wisselende bezetting van instrumenten, waaronder viola da gamba, trombone en renaissance gitaar. Soms begeleidt alleen ritmisch getrommel de
rapfragmenten. Ook dat vergroot de levendigheid van de voorstelling.
Charme
Copyright Marco Borggreve‘Granida’ werd aanvankelijk niet in grote theaters opgevoerd. Door gebruik te maken van een klein orkest en bescheiden decors kon het in kleine zalen gebracht worden. Regisseur Wim Trompert heeft die intimiteit weten te behouden en dat komt de charme van het stuk ten goede. Het deels uit abstracte elementen opgebouwde decor is uitgevoerd in rijke kleuren en warm licht. Het geheel blijft daardoor prettig intiem. In die omgeving komen de werkelijk prachtige liederen, gezongen door onder anderen Tania Kross als Granida en Jeroen de Vaal als Daifilo schitterend tot hun recht. Met enige oefening zou Hoofts taal voor ons nog goed te verstaan zijn, maar onvoorbereid mist de toeschouwer veel als hij alleen op zijn gehoor moet afgaan. Gelukkig wordt de hertaling in boventiteling weergegeven.
‘Granida’ is een zeer geslaagd project. Geen krampachtige poging tot reconstructie van een voorstelling van vier eeuwen oud, maar een herneming op basis van zo veel mogelijk authentiek materiaal en met oog voor de moderne toeschouwer. Hulde voor Dani Cuypers en haar Stichting Ipermestra die deze halfvergeten voorstelling na zo lange tijd weer nieuw leven heeft ingeblazen. De vroege Nederlandse toneelkunst blijkt rijker te zijn dan we ons beseften.