‘Een Blauwe Vrijdag’ begint met een zware regenbui. Nederland is somber. Althans, in de ogen van een Italiaan. Het geluid van de regen komt uit het eerste van de reeks instrumenten die Beppe Costa bespeelt, de oceandrum, dat het geluid van regen nabootst. Typerend voor Nederland vindt hij: regen, grauwheid, kou.
Er volgen nog vele andere instrumenten die Costa soepel bespeelt. Op het podium staan ondermeer een ukelele, een basgitaar en een trekzak. De muziek verbindt zijn verhaal over emigreren naar Nederland. Het ritme en het tempo vormen een prettige afwisseling op een niet ijzersterk verhaal.
Copyright Ben van Duin
Leuk is het niet in Nederland
Beppe Costa kennen we onder andere van de tv-programma’s ‘Villa Achterwerk’, ‘Ja zuster Nee zuster’, en theatervoorstellingen voor de Parade en Orkater (‘IK’ en ‘Bloedband’). In ‘Een Blauwe Vrijdag’ staat hij alleen op het podium en vertelt hij over zijn over zijn komst naar Nederland, zijn leven als Italiaan in een nieuwe omgeving, en over de Hollandse dingen waar hij zich nog steeds over verbaasd. Zelfs na twintig jaar kijkt hij nog als een buitenstaander naar zijn ‘nieuwe’ thuisland. Als uitgangspunt voor zijn voorstelling heeft hij het reisverslag gebruikt van een andere Italiaan, Edmondo De Amicis. De Amicis reisde in 1872 al naar Nederland, maar beide verhalen hebben veel overeenkomsten. Zij zijn het in ieder geval over één ding eens: leuk is het niet in Nederland. Zeker niet als je zon gewend bent en niet kan zwemmen.
Onbeholpen
‘Een Blauwe Vrijdag’ is Costa’s eerste solovoorstelling. Hij lijkt zich soms wat onbeholpen te voelen, zo alleen op het toneel. Dat is jammer. Zou het uit deze onzekerheid zijn dat hij zijn tekst te goed uit zijn hoofd heeft geleerd? Spontaan wordt het daardoor in ieder geval nergens, Costa wijkt niet af van wat vooraf bedacht en afgesproken is. Het blijft daarom teveel ‘gespeeld’ terwijl deze voorstelling zoveel ontroerender en persoonlijker zou zijn als Beppe Costa zou durven te improviseren.
Mogen wij niet meeleven?
Costa begint met het verslag over zijn eerste reis naar Nederland, naar Groningen wel te verstaan. Dit is een erg komisch verhaal dat nieuwsgierig maakt, maar eigenlijk niet verder wordt uitgewerkt. Dit gebeurt vaker in de voorstelling, steeds worden scènes plotseling onderbroken. Elke keer als het publiek zich laat meeslepen door een lied, een poëtische tekst of iets wat hij speelt op de piano, wordt dat ruw onderbroken door scherpe overgangen. Mogen wij niet meeleven? Natuurlijk zorgen de overgangen ervoor dat er tempo in de voorstelling blijft en dat de ‘klapmomenten’ worden vermeden, maar het irriteert. De kijker krijgt geen houvast. Maar misschien is dat precies wat Beppe Costa het publiek wil laten ervaren. Worden wij niet, net als hij, heen en weer geslingerd tussen herinneringen, de drukte van alledag, gedachtes, verlangens?
Het warme ‘thuis’: Turijn
Copyright Ben van DuinDe teksten van Beppe Costa zijn zo nu en dan erg poëtisch. De foto’s die op doeken worden geprojecteerd en elkaar bijna onmerkbaar aflossen, zorgen voor een nostalgische sfeer. Het zijn voornamelijk landschapsfoto’s, af en toe een stadsgezicht, gemaakt door Costa zelf. Nederland is prachtig in beeld gebracht, maar toch zegt Costa moeite te hebben met het landschap en het weer. Misschien was dat beter voelbaar geweest wanneer hij er een warm, liefdevol beeld van Italië tegenover had gezet. Costa vertelt dat Turijn altijd zijn thuis blijft, maar hij legt niet uit waarom dat zo is. Misschien valt dat ook niet te verwoorden. Is dat een gevoel dat alleen migranten kennen. Uit de voorstelling spreekt geen heimwee, terwijl dat wel te verwachten is. Eerder een besef dat hij al jaren in een situatie leeft waar hij (in eerste instantie) niet blij mee is. Een soort berusting, een nederigheid ten opzichte van zijn lot.
Kopjes zonder oortjes
Leuk zijn de anekdotes over de taalmoeilijkheden, moeilijke letters en vreemde uitdrukkingen (‘Ik zie je zitten’). Bij het publiek roept dit vaak een lach van herkenning op. Beppe Costa neemt in ‘Een Blauwe Vrijdag’ grote en kleine stappen. Hij vliegt door de jaren, maar zoekt dan weer verstilling in een minutieuze omschrijving van het bestellen van een kopje muntthee in een café, over ‘kopjes zonder oortjes’ en de gevolgen daarvan voor zijn ‘vingertopjes’.
Een paar mooie momenten
Aan leuke anekdotes en grappige ontroerende herinneringen heeft Beppe Costa niet te kort, maar door alles te willen vertellen wordt het een beetje teveel voor één voorstelling. De keuze om verschillende verhaallijnen door elkaar te laten lopen zorgt voor verwarring. Het is nu van ‘alles een beetje’, waarschijnlijk uit angst om te vervelen. ‘Een Blauwe Vrijdag’ verveelt zeker niet, maar zou in beknoptere vorm misschien beter tot zijn recht komen.