| Artikel |
“Ik geloof in de God van de slachting” zegt Alain, één van de vier personages in de voorstelling ‘De God van de Slachting’ van Theatergroep Suburbia.“Die is de enige die sinds de oertijd met ijzeren vuist regeert. Je bent geïnteresseerd in Afrika, hè? Toevallig kom ik net terug uit Congo. Daar worden kinderen al op hun achtste getraind om te doden. In hun jeugd maken ze soms wel honderden mensen af, met een kapmes, een jachtgeweer, een kalasjnikov, een granaatwerper”. Vandaar dat Alain niet zo onder de indruk is als zijn zoon een vriendje twee tanden uit de mond slaat.
Copyright Marieke Wijntjes Twee echtparen komen bij elkaar nadat de elfjarige zoon van het ene stel de zoon van het andere echtpaar met een stok heeft geslagen. De twee stellen zijn vastbesloten deze pijnlijke kwestie als vier volwassen en beschaafde mensen op te lossen. Het blijkt echter niet mee te vallen om beleefd te blijven als je pedagogische kwaliteiten in twijfel worden getrokken of één van je gasten een onvervangbaar kunstboek onderkotst. Wat vriendschappelijk begint met koffie en gebak, eindigt in een slagveld van harde woorden en verwijten, zowel tussen de twee echtparen als tussen de echtgenoten onderling.
Gitzwarte komedie
Theatergroep Suburbia trakteert het publiek met ‘De God van de Slachting’ op een stuk van de Franse schrijfster Yasmina Reza, een veelgespeelde toneelschrijfster. De theatergroep heeft er goed aan gedaan juist deze voorstelling te kiezen. Het publiek wordt anderhalf uur lang vermaakt met een gitzwarte komedie waarin blijkt dat ook beschaafde mensen tot hele extreme dingen in staat zijn – zoals de hamster van je dochter op straat zetten omdat je het niet zo op knaagdieren hebt, de eeuwig rinkelende mobiel van je man in een vaas met tulpen gooien; dat soort dingen. Dit alles wordt afgewisseld met vlijmscherpe (maar vaak ook komische) dialogen die de relatieproblemen van beide stellen haarscherp blootleggen. Dat de voorstelling als een komedie geprogrammeerd staat dekt overigens niet helemaal de lading; het is een komedie, maar tevens een dramatisch stuk met één of twee bijna slapstick-achtige toestanden.
Lange scène
Copyright Marieke Wijntjes De voorstelling bestaat in feite uit slechts één lange scène die zich afspeelt in de huiskamer van de ouders van het slachtoffer. Het decor is sober gehouden. Een bank en stoel, een tafel met boeken, een vaas bloemen en de lege kooi van de arme hamster is alles wat er te zien is. Dit alles leidt bij het publiek niet tot verveling; integendeel. De vier acteurs (Reinout Bussemaker, Marcel Hensema, Roos Ouwehand en Tjitske Reidinga) zijn zeer goed in staat de aandacht van het publiek vast te houden. Vooral Reinout Bussemaker weet te overtuigen als begripvolle buurman die zich in de loop van het stuk als een bijna schuimbekkende agressieveling ontpopt. Maar ook de overige acteurs beelden hun gedaantewisseling van goede buur naar ergste vijand heel geloofwaardig uit.
Herkenbaar
Veel van de situaties die door de echtparen besproken worden zijn herkenbaar en worden zodanig uitvergroot dat het grappig wordt. Waarschijnlijk herkent iedereen in het publiek zich wel in één of meerdere personages, met al zijn of haar positieve en negatieve kanten. Vooral die laatsten komen in ‘De God van de Slachting’ veelvuldig aan bod. Kortom, zeer geschikt voor een leuke avond die ook nog tot nadenken aanzet.
|
|
Redacteuren gezocht
Ga je graag vaak naar het theater en beschik je over een vlotte pen? Word dan redacteur bij Theaterjournaal! Op vrijwillige basis schrijf je per maand twee of meer artikelen (recensies, festivalverslagen en interviews) die op de website www.theaterjournaal.nl worden gepubliceerd. Kennis van theater en enige schrijfervaring wordt op prijs gesteld. Geïnteresseerd? Mail een motivatiebrief met CV en een artikel dat je zelf hebt geschreven naar: vacature@theaterjournaal.nl
|
|