Copyright Serge Ligtenberg ‘Ben ik al geboren?’ is een voortdenderende gedachtestroom van een vrouw op haar sterfbed. Bijna associatief schiet de tekst van het een naar het ander. Contouren van haar leven worden weliswaar gaandeweg zichtbaar, maar twijfels omtrent de precieze omstandigheden worden in stand gehouden. Auteur en regisseur Gerardjan Rijnders schreef het stuk speciaal voor actrice Sacha Bulthuis, die zichzelf halverwege de voorstelling typeert als ‘een haas die een weiland oversteekt.’
De vrouw aan het eind van haar leven - die Sacha Bulthuis in dit stuk is - blikt terug op een niet bijzonder geslaagd moederschap en een niet bijster liefdevol huwelijk. Ze heeft zich nooit echt voor haar kinderen geïnteresseerd; eerder geprobeerd hen zoveel mogelijk te ontwijken. Over haar huwelijk komen we weinig te weten, behalve dat haar man vond dat ze altijd teveel las. Dat bijna dwangmatige lezen lijkt dan ook een manier te zijn geweest om het echte leven niet te hoeven leven. Zo realiseert ze zich nu dat ze nooit om iets ‘echts’ heeft kunnen huilen, alleen maar om leed dat in boeken werd beschreven.
Bubbel
Copyright Serge LigtenbergHaar ononderbroken tekst spreekt ze uit terwijl ze om een enorme, transparante bubbel cirkelt; een rechthoekig gevaarte van zes bij acht meter. Daarin bevinden zich drie mannen en vier vrouwen: haar volwassen kinderen. Onderling gebeurt er van alles tussen hen: er wordt gedanst, gepraat, gelachen, gevochten en getroost; maar de moeder kan geen contact met hen krijgen. Ook als de bubbel implodeert en vervolgens verdwijnt, en de zeven vrij door de ruimte bewegen, is dat niet anders. Meer dan over de grens tussen leven en dood, lijkt Rijnders het te hebben over grenzen
an sich. Ook over die tussen mensen. De moeder bevindt zich hier buiten de kring van haar kinderen, maar wie zegt dat zij ieder voor zich niet evengoed geïsoleerd zijn?
Point of no return
Er zit een aanhoudende frictie tussen wat de toeschouwer denkt te weten en werkelijk ziet. De moeder bevindt zich op het randje van de dood, maar de kinderen doen in hun witte kledij denken aan engelen De moeder heeft haar leven lang niemand toegelaten, maar we zien dat zij buitengesloten is door haar kinderen. Veel blijft onzeker, maar er wordt niet getwijfeld aan het bestaan van scherpe scheidlijnen. Tussen mensen onderling en tussen leven en dood. Centraal gegeven lijkt het tekstfragment dat ook in de publiciteit rondom deze productie wordt aangehaald:
“De argeloze vis die recht op de waterval afzwemt bereikt een punt ergens voor de waterval, waar de stroom hem meesleept. Vanaf dit punt kan de vis, het licht, onmogelijk nog tegen de stroom inzwemmen en verdwijnt hij onherroepelijk in de waterval, het zwarte gat. Dat ‘point of no return’ heet in de zwarte-gaten-fysica de ‘event horizon’. Wat zich achter die horizon afspeelt kunnen de toeschouwers verderop alleen maar vermoeden, want geen vis keert ooit terug om het na te vertellen.”
Copyright Serge LigtenbergEen onkenbare horizon dus, maar de moeder weet dat ze hem gaat passeren. Sacha Bulthuis brengt deze moeder hard en breekbaar tegelijkertijd. De zeven anderen die nagenoeg geen tekst hebben, maar wel met veel expressie een nauwgezette choreografie uitvoeren, weten voortdurend een staat van vervreemding in stand te houden. Binnen de tijdloze vormgeving van het decor komt die goed tot zijn recht. Rijnders heeft een mooie balans gevonden tussen concreet en abstract, hemels en aards. Suggestief en raadselachtig tegelijkertijd.