Copyright Leo van Velzen Een vrouw zit met een holle, uitgestreken blik apathisch voor zich uit te staren. Een gestolde veeg bloed kleeft aan haar voorhoofd. Ze zit middenin een gigantische zooi; blikjes bier, vertrapte glazen, de Dixi wc’s en de eenzame parasol. Het is het troosteloze decor van een festivalterrein in de zomer. Langzaamaan transformeert het decor van een festival naar een strandsetting op een tropisch eiland. Roodverbrand door de zon liggen de acteurs op hun uitgevouwen handdoeken bij te komen van de stress van thuis. Tussen hen door loopt het publiek, althans het deel dat daartoe is aangezet.
Er wordt bijna niet gesproken in ‘BOE!’ en als dat al gebeurt dan is het in steenkolen Engels, waardoor het wel heel onbeholpen is. René van ’t Hof en Sylvia Poorta spelen een schitterend en herkenbaar tafereeltje waarin Poorta als
local een flesje water probeert te verkopen aan de rijke toerist, Van ’t Hof, die met een buideltasje om op zijn handdoekje ligt. De ongemakkelijke conversatie (“
werjoefrom?
Watsyoneem?”) tussen beiden maakt duidelijk dat de kloof tussen het westen en de rest nog steeds gapend groot is. Het beeld dat hiermee wordt opgeroepen doet denken aan de naargeestige vakanties van de rijke westerse mens die als hoofdpersonen dienen in de verhalen van Michel Houellebecq. Maar bij Houellebecq gaan de mensen risicoloos op
all inclusive vakantie en ligt er niets dan verveling in het verschiet. In ‘BOE!’ liggen de westerlingen te bakken in de zon en nemen ze zelfs het rondslingerende puin en de marcherende soldaten voor lief. Ze komen voor de zon en interesseren zich niet voor de ellende om hen heen. Regisseur Jetse Batelaan heeft duidelijk een nog cynischer visie op het consumptiegedrag van de westerse mens dan Houellebecq.
Ervaringstheater
Copyright Leo van VelzenWellicht dat Batelaan daarom heeft gekozen voor een vernieuwende en spannende vorm van ervaringstheater, waarin publieksparticipatie het uitgangspunt is. Nietsvermoedend krijgt het publiek bij het betreden van de zaal een koptelefoon in de handen gedrukt die moet worden opgezet. Gedurende de voorstelling staan her en der mensen op, die als makke schapen de opdrachten volgen die hen door de koptelefoon worden gecommandeerd. Ze lopen rond met een regencape om, of nemen een mitrailleur om de schouder alsof ze nooit anders hebben gedaan. Met klamme handjes blijft het tot het einde van de voorstelling spannend of je zelf niet naar voren wordt geroepen. De tegendraadse Batelaan weet hiermee weer een onconventionele voorstelling neer te zetten. De spanning is constant aanwezig, zowel in de zaal als op het toneel. De aanwezigheid van zoveel mensen – acteurs en publiek – op het toneel is enigszins chaotisch, maar levert ook hilarische taferelen op. Want wie verwacht nou van te voren een glas bier in het gezicht van een acteur te mogen gooien? De inmenging van het publiek met de echte acteurs is soms wel wat verwarrend. Het levert een rommelig, maar boeiend schouwspel op. ‘BOE!’ is een fascinerende voorstelling met een tegendraads geluid en een felle aanklacht tegen de het westerse consumptiegedrag.