'2019 (Droomspel)' gaat over een dag uit het leven van drie supermarktcaissières en hun manager. Niet hun werkzaamheden in de winkel, maar hun aanwezigheid en bezigheden in het schaftlokaal staan centraal. Echt boeiend is hun leven niet. Je kunt het zelfs "saai" noemen. Wanneer ze in het schaftlokaal vertoeven, proberen ze even aan de werkelijkheid te ontsnappen en zich over te geven aan hun fantasieën.
Copyright Joep Lennarts
De caissières hebben weinig met elkaar gemeen. Een goed gesprek met elkaar zit er dan ook niet in. Behalve het mompelen van een begroeting tegen elkaar, gaan ze elk hun eigen gang. De een rookt een sigaretje, de ander kleedt zich om en de derde schenkt koffie in. Op het moment dat ze afzonderlijk van elkaar in het schaftlokaal zijn, durven ze zich even kortstondig over te geven aan hun dromen om te ontsnappen uit de dagelijkse sleur. Zullen ze uiteindelijk in staat zijn om de stap te zetten naar iets nieuws?
Inspiratieloos
'2019 (Droomspel)' bevat geen lange dialogen of diepgaande gesprekken. Er wordt niet meer gesproken met elkaar dan strikt noodzakelijk. Voor het publiek is het een hele opluchting als een van de dames telefonisch een bestelling doorgeeft aan de leverancier of als de ander een kort telefoongesprek met haar kind voert. Dit soort afwisselingen zorgen ervoor dat de lange stiltes niet pijnlijker worden. Doordat het publiek zich nauwelijks hoeft te concentreren op de teksten van de acteurs moet er iets zijn wat dit compenseert. En dat is er! De acteurs en het decor. Ze zijn goed op elkaar afgestemd. Het decor past bij de acteurs en visa versa.
Copyright Joep Lennarts Het decor heeft alles wat je van een schaftlokaal mag verwachten. Een keukenblok met koffiezetapparaat, koelkast en een waterkoker. Een tafel met wat stoelen en een tafelvoetbalspel om de tijd door te komen. Kledingkastjes voor de persoonlijke spullen van het personeel. In een hoek staat het bureau van de supermarktmanager. De overige ruimte wordt gebruikt als opslag van dozen en leeg fust. En niet te vergeten een toilet dat nogal eens lekkage vertoont. De klok, die goed zichtbaar aan de muur hangt, is essentieel. Die wordt elektronisch aangestuurd en geeft de diverse tijden aan zodat het publiek precies weet om welke pauzes het gaat.
Verbeelding van het publiek
De acteurs (Carola Arons, Folmer Overdiep, Eva Schram en Marie-Louise Stheins) spelen sterk en zijn het evenbeeld van mensen die gebukt gaan onder de dagelijkse sleur. Vermoeide gezichten en nietszeggende ogen waar geen enkele passie, voor wat dan ook, in te lezen staat. Hun lichaamstaal straalt vermoeidheid en verveling uit. Ze lopen licht gebogen en soms sloffend. Ze zien er representatief uit, zoals het hoort als winkelpersoneel, maar daar is alles mee gezegd. Voor de rest stralen ze niets uit, behalve op het moment dat ze zich overgeven aan hun dromen waarin ze willen ontsnappen aan hun saai bestaan; dan zie je ze even opbloeien.
Om aan het publiek duidelijk te maken wanneer het een dagdroom betreft wordt er gebruik gemaakt van de belichting. Het felle licht wordt rood en de klok draait terug naar het moment waarop het personage de eerste keer het schaftlokaal is binnengekomen. Vervolgens wordt het licht matblauw en begint de scène opnieuw. Alleen dit keer krijgen de aanwezigen te zien waar de droom over gaat.
Copyright Joep Lennarts Regisseur Piet Arfeuille heeft zich voor deze voorstelling laten inspireren door '81 minuten uit het leven van A.' van Lothar Trolle. In ruim twee uur schetst hij een herkenbaar beeld van doorsnee mensen die door middel van dagdromen aan de sleur willen ontsnappen. Doordat er in deze gewaagde voorstelling weinig wordt gesproken, laat hij heel veel aan de verbeelding van het publiek over. De momenten dat de acteurs wat zeggen zijn goed gekozen. Wanneer de aandacht van het publiek lijkt te gaan verslappen, begint één van de acteurs te praten en pakt daarmee gelijk de aandacht weer terug. Er is een kans dat deze recensie uit meer woorden bestaat dan de voorstelling.